Tip van Veenendaal: gewoon beginnen

Begin maart heeft de gemeente Veenendaal met succes 74 putten aangeleverd bij de BRO. Deze grondwatermonitoringputten zijn nu voor iedereen toegankelijk en raadpleegbaar. Hoe heeft de gemeente Veenendaal dit aangepakt? We spreken hierover Latifa El Gamoussi. Ze is applicatiebeheerder bij de gemeente Veenendaal en deelt haar BRO-ervaring.

Wat is het geheim van dit succes?

“Veenendaal heeft denk ik het geluk gehad dat de putten al goed in DINO waren geregistreerd. Via de BRO Servicedesk is hulp van TNO aangeboden om daar correcte BRO-bestanden van te maken. Dat bestand hebben wij vervolgens gecontroleerd. Daarna konden wij als bronhouder de putten begin maart probleemloos doorvoeren in de LV BRO. Aan dit succes ging wel een traject van zo’n twee maanden vooraf.”

Hoe is dit traject gestart?

“Het was niet makkelijk om iemand te vinden die dit BRO-traject zou oppakken. Via de ENSIA vragenlijst is het eigenlijk pas begonnen. Ik heb die vragenlijst beantwoord. Dat kwam omdat binnen mijn afdeling WSB deels de inhoudelijke kennis zit over de ondergrond. Ook geeft onze afdeling opdrachten om bijvoorbeeld sonderingen uit te voeren. Doordat ik intensief bezig ben geweest met andere basisregistraties, zit bij mij de kennis wat betreft de technische implementatie.”

"Ik heb het gevoel dat de rest van de BRO ook wel goed gaat komen. Het begin is vaak het moeilijkst, omdat het onbekend is.”

Wat was de aanpak?

“De eerste stap was het aanmelden van de gemeente bij de BRO en het regelen van eHerkenning 2+. Daarna ben ik mijzelf via de site www.basisregistratieondergrond.nl gaan verdiepen in het project en heb ik gelezen wat de wet voorschrijft. Ook heb ik met een aantal gemeenten contact gezocht om te vragen naar voorbeelden, zoals een plan van aanpak of memo om bestuurders en betrokkenen te informeren. Verder heb ik via het implementatieteam een actielijst met allerlei praktische tips gekregen en dus hulp van TNO via de BRO Servicedesk.”

“Mijn tip voor andere gemeenten is om snel iemand aan te wijzen die het project kan leiden. Mijn ervaring is dat zodra je begint, het een na het andere gaat lopen. Dus gewoon beginnen en niet afwachten.”

Wat is het vervolg?

“Na het succesvol aanleveren van de grondwatermonitoringputten houdt het natuurlijk niet op. Ik heb ondertussen binnen de gemeente presentaties gegeven om collega’s te informeren over de BRO. Met projectleiders inventariseer ik nu hoe we zowel historische als toekomstige sonderingen via de juiste weg kunnen aanleveren bij de landelijke voorziening. Verder ben ik een plan van aanpak aan het schrijven voor de implementatie van de eerste tranche. De volgende tranches zijn voor mij nog onduidelijk. Dus eerst klein beginnen en dan komt het vervolg vanzelf wel.”

Wat was lastig en viel uiteindelijk mee?

“Ik zag een beetje tegen het BRO-traject op, omdat ik totaal geen inhoudelijke kennis heb van de materie. Uiteindelijk is het mij tot nu toe erg mee gevallen. De ervaring die ik heb met de BRO Servicedesk is erg positief. Er wordt gelijk actie ondernomen en zo kwam ik stap voor stap verder. Dat werkt erg fijn.”