FAQ - Veelgestelde vragen

Hier vindt u alle antwoorden op de veelgestelde vragen aan de BRO.

Een greep uit de FAQ: 10 veelgestelde vragen

6 februari 2019

1. Wanneer ben je bronhouder voor de BRO?

Bronhouders van de BRO zijn (zelfstandige) bestuursorganen, zoals gemeenten, provincies, waterschappen, het ministerie van Economische Zaken (EZ), Rijkswaterstaat en zelfstandige bestuursorganen als Staatsbosbeheer. In totaal gaat het om circa 450 organisaties. Een omgevingsdienst of een waterbedrijf is dus géén bronhouder. Zij kunnen echter wel dataleverancier zijn. Een bestuursorgaan machtigt dan de desbetreffende omgevingsdienst of het waterbedrijf om relevante gegevens aan het Bronhouderportaal BRO (en daarmee aan de LV) te leveren. Het bestuursorgaan blijft verantwoordelijk.

2. Waar vind ik een handleiding hoe ik de BRO in mijn organisatie moet implementeren?

Het ministerie heeft een checklist voor bronhouders opgesteld die u hiervoor kunt gebruiken. Daarnaast is er een modeltekst coördinator ondergrond opgesteld die u als bronhouder handvatten geeft om een coördinator aan te stellen die het ‘project BRO’ binnen uw organisatie trekt en bewaakt. Ook kunt u de presentatie die tijdens de Roadshows is gegeven downloaden.

3. Hoe moet ik contracten met opdrachtnemers aanpassen om BRO-levering te verplichten?

U kunt uw contracten met opdrachtnemers geheel naar eigen inzicht inrichten. Het ministerie schrijft geen regels voor hoe u dat moet doen. Het ministerie geeft enkele aanwijzingen die u kunt gebruiken voor uw eigen contracten. Benadrukt wordt dat het ministerie van BZK geen enkele verantwoordelijkheid heeft of aansprakelijk is voor deze aanwijzingen, en evenmin voor toepassing en gebruik ervan in uw eigen situatie 

4. Wanneer komen milieuhygiënische gegevens in de BRO?

De eerste vier tranches van de BRO omvatten geen milieuhygiënische gegevens (zie overzicht van BRO-registratieobjecten). Het is aan de Programmastuurgroep BRO, waarin de stakeholders zijn vertegenwoordigd, om de prioriteitsvolgorde van de geplande BRO-registratieobjecten te wijzigen en/of nieuwe registratieobjecten toe te voegen. Naar aanleiding van een Tweede Kamermotie hierover (motie Ronnes-Van Gerven, december 2018) wordt er in 2019 een onderzoek uitgevoerd naar de scope en de business case van de eventuele toevoeging aan de BRO van milieuhygiënische gegevens.

5. Moeten/kunnen gegevens uit vergunningen ook aan de BRO worden geleverd?

In het verband van tranche 1 gaat dit over gegevens van sonderingen en boormonsterprofielen die in het kader van bijvoorbeeld een bouwvergunningsaanvraag (OLO) door een gemeente worden ontvangen. Deze komen niet in de BRO, vanwege de conversieverplichting die gemeenten dan opgelegd zouden krijgen, en ook vanwege het feit dat de gemeente als bronhouder niet verantwoordelijk kan zijn voor de kwaliteit van de gegevens uit de private sondering. Het staat een bronhouder vrij om wel gegevens te leveren, maar er rust dus geen verplichting op.

6. Kan gemeente A namens gemeente B leveren?

Ja, dat kan. Gemeente B is op grond van de wet BRO de bronhouder. Deze gemeente moet in het bronhouderportaal gemeente A machtigen om te mogen leveren. Gemeente A is dan de dataleverancier. Diezelfde gemeente A is óók zelf bronhouder, en kan in die rol zelf ook opdrachtnemers machtigen om namens hem te leveren.

7. Hoe gaat het ministerie de uitvoering van de wet handhaven?

Bij de inwerkingtreding van de wet dient elk bestuursorgaan daaraan te kunnen voldoen. Het ministerie heeft 2018 gezien als een opstartfase voor alle stakeholders. Vanaf 2019 gaat het ministerie de zogeheten ENSIA-systematiek toepassen, waarbij bronhouders via een zelfevaluatie de status van hun BRO-activiteiten in kaart brengen. Deze methode wordt ook toegepast bij de basisregistraties BAG en BGT.

8. Als een bronhouder een projectontwikkelaar inschakelt, moet deze dan ook leveren?

Er zijn twee situaties, met een verschillend antwoord:
a) Ja dat moet als de projectontwikkelaar van de bronhouder een opdracht heeft gekregen, of een overeenkomst heeft gesloten, om werk uit te voeren. Daaronder vallen ook contracten op basis van DBFM (Design, Build, Finance and Maintain). De leveringsverplichting moet in de opdrachtverlening worden opgenomen.
b) Nee, dat moet (kan) niet, als een projectontwikkelaar als private partij grond koopt en daarop voor eigen rekening en risico een bouwplan uitvoert.

9. Wat betekent de wettelijke termijn van 20 dagen tussen het inwinnen en leveren van gegevens aan de Landelijke voorziening?

De Wet BRO schrijft voor dat brondocumenten binnen twintig werkdagen aan de Minister (lees: de Landelijke Voorziening BRO) moeten worden geleverd. Deze termijn loopt vanaf het moment dat een brondocument voldoet aan de wettelijke standaard. Dat betekent dus dat zowel de ruwe meetdata, metadata en bijvoorbeeld labresultaten zijn omschreven zoals voorgeschreven in de catalogus. Voor het berekenen van deze datum kan de ‘rapportagedatum’ uit de catalogus worden gehanteerd.

10. Is er, net als bij de BGT, ondersteuning voor de bronhouders geregeld?

Ja, de Stichting ICTU is dit najaar een project implementatieondersteuning gestart. De ambitie is om in juni 2019 alle bronhouders op de BRO te hebben aangesloten. Als u daar méér van wilt weten, kijkt u dan op deze pagina.