Veelgestelde vragen - FAQ

Een greep uit de FAQ: 14 veelgestelde vragen

Een greep uit de FAQ: de 11 meestgestelde vragen

9 oktober 2018

1. Wanneer ben je bronhouder voor de BRO?

Bronhouders van de BRO zijn (zelfstandige) bestuursorganen, zoals gemeenten, provincies, waterschappen, het ministerie van Economische Zaken (EZ), Rijkswaterstaat en zelfstandige bestuursorganen als Staatsbosbeheer. In totaal gaat het om circa 450 organisaties. Een omgevingsdienst of een waterbedrijf is dus géén bronhouder. Zij kunnen echter wel dataleverancier zijn. Een bestuursorgaan machtigt dan de desbetreffende omgevingsdienst of het waterbedrijf om relevante gegevens aan het Bronhouderportaal BRO (en daarmee aan de LV) te leveren. Het bestuursorgaan blijft verantwoordelijk.

2. Waar vind ik een handleiding hoe ik de BRO in mijn organisatie moet implementeren?

Het ministerie heeft een checklist voor bronhouders opgesteld die u hiervoor kunt gebruiken. Daarnaast is er een modeltekst coördinator ondergrond opgesteld die u als bronhouder handvatten geeft om een coördinator aan te stellen die het ‘project BRO’ binnen uw organisatie trekt en bewaakt. Ook kunt u de presentatie die tijdens de Roadshows is gegeven downloaden.

3. Is aansluiting op het Bronhouderportaal BRO verplicht? En geldt dat voor alle bestuursorganen? En wat gaat het kosten?

Ja, dat is verplicht op grond van de Ministeriële Regeling BRO. Vrijwel alle gegevensleveringen worden door uitvoerende opdrachtnemers gedaan. Het ministerie van BZK acht het Bronhouderportaal BRO de enige reële manier om de bestuurlijke verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan en de feitelijke verantwoordelijkheid van de opdrachtnemer op een effectieve wijze met elkaar te verbinden.
Bronhouders hoeven niet te betalen voor bouw of gebruik van het Bronhouderportaal BRO. Deze kosten worden door het ministerie betaald. Het inregelen van het Bronhouderportaal ten behoeve van uw eigen organisatie is voor uw eigen rekening.

4. Hoe moet ik contracten met opdrachtnemers aanpassen om BRO-levering te verplichten?

U kunt uw contracten met opdrachtnemers geheel naar eigen inzicht inrichten. Het ministerie schrijft geen regels voor hoe u dat moet doen. Het ministerie geeft enkele aanwijzingen die u kunt gebruiken voor uw eigen contracten. Benadrukt wordt dat het ministerie van BZK geen enkele verantwoordelijkheid heeft of aansprakelijk is voor deze aanwijzingen, en evenmin voor toepassing en gebruik ervan in uw eigen situatie 

5. Wanneer is de Wet bro écht van kracht en wanneer wordt levering en gebruik verplicht?

Tranche 1 van de Wet bro treedt op 1 januari 2018 in werking. Vanaf dat moment is levering van de desbetreffende gegevens (die bij AMvB worden aangewezen) verplicht. In de jaren erna zullen de vervolgtranches 2 t/m 4 steeds op een aparte datum in werking treden.
De gebruiksplicht gaat een half jaar na de inwerkingtreding gelden. Voor tranche 1 is dat per 1 juli 2018. Voor de vervolgtranches geldt dezelfde systematiek.

6. Wanneer komen milieuhygiënische gegevens in de BRO?

De eerste vier tranches van de BRO omvatten geen milieuhygiënische gegevens (zie overzicht van BRO-registratieobjecten). Het is aan de Programmastuurgroep BRO, waarin de stakeholders zijn vertegenwoordigd, om de prioriteitsvolgorde van de geplande BRO-registratieobjecten te wijzigen en/of nieuwe registratieobjecten toe te voegen.

7. Moeten/kunnen gegevens uit vergunningen ook aan de BRO worden geleverd?

In het verband van tranche 1 gaat dit over gegevens van sonderingen en boormonsterprofielen die in het kader van bijvoorbeeld een bouwvergunningsaanvraag (OLO) door een gemeente worden ontvangen. Deze komen niet in de BRO. Een belangrijke overweging is dat sonderinggegevens bij bouwaanvragen vaak niet zullen voldoen aan de IMBRO-standaard. Verplichte levering zou dan inhouden dat de ontvangende gemeente deze gegevens moet gaan converteren om ze aan de BRO te kunnen leveren. Dat vinden we een te grote last voor gemeenten.
Een ander issue is dat het bronhouderschap voor private sondeergegevens in het kader van de wet BRO niet is gedefinieerd: een gemeente kan (of wil) niet verantwoordelijk gehouden worden voor de kwaliteit van een private sondering waar hij geen toezicht op heeft gehouden.
Sondeergegevens uit OLO-aanvragen zullen daarom niet in de geplande vier tranches worden meegenomen.
Het staat een gemeente uiteraard vrij om wel gegevens te leveren, maar er rust dus geen verplichting op.

8. Kan gemeente A namens gemeente B leveren?

Ja, dat kan. Gemeente B is op grond van de wet BRO de bronhouder. Deze gemeente moet in het bronhouderportaal gemeente A machtigen om te mogen leveren. Gemeente A is dan de dataleverancier. Diezelfde gemeente A is óók zelf bronhouder, en kan in die rol zelf ook opdrachtnemers machtigen om namens hem te leveren.

9. Hoe gaat het ministerie de uitvoering van de wet handhaven?

Vanaf 1 januari 2018 is de wet van kracht. Het ministerie hanteert deze datum als startpunt van de nieuwe manier van werken. Bij de inwerkingtreding van de wet dient elk bestuursorgaan daaraan te kunnen voldoen. Uiteraard geldt dat pas als er iets te leveren valt. In zijn algemeenheid geldt dat de datum waarop een registratieobject feitelijk ontstaat, bepalend is voor de leveringsplicht.
Het ministerie gaat er van uit dat 2018 een opstartproces is voor alle stakeholders. U zult er dan ook niet direct op worden aangesproken als u nog niet aan de verplichtingen kunt voldoen. Waarbij wordt aangetekend dat het wel moet blijken dat u daar in de aankomende tijd wel aan gaat voldoen.
Vanaf 2019 gaat het ministerie de zogeheten ENSIA-systematiek toepassen, waarbij bronhouders via een zelfevaluatie de status van hun BRO-activiteiten in kaart brengen. Deze methode wordt ook toegepast bij de basisregistraties BAG en BGT.

10. Als een bronhouder een projectontwikkelaar inschakelt, moet deze dan ook leveren?

Er zijn twee situaties, met een verschillend antwoord:
a) Ja dat moet als de projectontwikkelaar van de bronhouder een opdracht heeft gekregen om werk uit te voeren. Daaronder vallen ook contracten op basis van DBFM (Design, Build, Finance and Maintain). De leveringsverplichting moet in de opdrachtverlening worden opgenomen.
b) Nee, dat moet (kan) niet, als een projectontwikkelaar als private partij grond koopt en daarop voor eigen rekening en risico een bouwplan uitvoert.

11. Wat betekent de wettelijke termijn van 20 dagen tussen het inwinnen en leveren van gegevens aan de Landelijke voorziening?

In navolging van INSPIRE heeft de Wet BRO voorgeschreven dat brondocumenten binnen twintig werkdagen aan de Minister (lees: de Landelijke Voorziening BRO) moeten worden geleverd. Het adagium van INSPIRE is namelijk om ‘zo snel mogelijk zo compleet mogelijk’ te zijn.
Deze termijn loopt vanaf het moment dat een brondocument voldoet aan de wettelijke standaard. Dat betekent dus dat zowel de ruwe meetdata, metadata en bijvoorbeeld labresultaten zijn omschreven zoals voorgeschreven in de catalogus.  Vanaf dat moment zijn er twintig werkdagen (ongeveer 4 weken) om het brondocument aan te leveren aan het bronhouderportaal en door te leveren aan de landelijke voorziening. Voor het berekenen van deze datum kan de ‘rapportagedatum’ uit de catalogus worden gehanteerd.
De termijnen zullen in 2018 soepel gehanteerd worden. Verder zal het Programma per registratieobject een statistische analyse uitvoeren om meer inzicht te krijgen in de praktische uitwerking van deze termijn. Uiteindelijk verwachten we dat de verschillende registratieobjecten een andere uitwerking kennen.

12. Is er, net als bij de BGT ondersteuning voor de bronhouders geregeld?

Ja, de Stichting ICTU is dit najaar een project implementatieondersteuning gestart.